do 13 september 2018

Jim Keaveny

Cultuurschrijvers

’t Is moeilijk bescheiden te blijven als men zo goed is als wij (vrij naar Peter Blanker). Vandaar dat Cultuurcentrum De Breughel elk seizoen enkele criticasters bij het nekvel grijpt en de kans biedt om het Breughelaanbod onder de loep te nemen. Op uitnodiging van het Breughelteam wonen deze individuen,  laten we ze makkelijkheidshalve onze cultuurschrijvers noemen, een aantal voorstellingen bij.  Ze beleven, ontleden en  analyseren de Breughelervaring… om hierna in de pen (of achter het toetsenbord) te kruipen en hun ervaring met het grote publiek te delen (op deze locatie op de website, facebook, het belang van Bree, …).

De schrijfsels beperken zich niet noodzakelijkerwijs tot het puur artistieke. Parkeerperikelen, de schuimkraag op het bier, het zitcomfort van het rode pluche, maar ook de haarsnit van een programmator kan eveneens deel uitmaken van het verslag … Leesplezier gegarandeerd!

Cultuurgeschrijf uit het verleden vindt u hier terug … (nieuwe schrijfsels verschijnen hier bij het aanbreken van 2013-2014)

Voelt u zich geroepen om zelf een toekomstige cultuurschrijver te worden? Laat het ons weten en stuur ons een mailtje!  Wil u vrijblijvend een reactie achterlaten zonder een heel epistel neer te pennen dan kan dit via Luid Geroep!

Als ik eerlijk moet zijn, en dat ben ik wel graag, is dit het eerste serieuze toneelstuk waar ik ben naar gaan kijken. Niet goed wetend wat te verwachten trok ik met 3 vrienden naar de Breughelzaal.

 

Eerste gedachte: ‘Oei! Langdradige conversaties met moeilijke woorden! Gaan ze me zo wel het hele stuk kunnen boeien?!’  Maar door een paar absoluut bizarre kantelingen (dan heb ik het vooral over de 100 kilo groenten die op het podium viel) bleef het boeiend en vloog de tijd voorbij.

 

Een onderzoek naar het overlijden van een man is de rode draad in het verhaal: 'Wie heeft het gedaan, hoe en waarom?' Op 2 van de 3 vragen kregen we een antwoord, tenzij ik ergens mijn aandacht ben verloren en de reden van de moord ben vergeten.

 

Er was één slaper in de zaal, ik gok dat hij werd wakker geschud door de carnavalstoet die door Bree trok.

 

Van de vier acteurs stak Dirk Van Dijck er met kop en schouders boven uit. De manier waarop hij lachte, met groenten gooide en vooral danste, waren met momenten hilarisch. Niet dat de andere 3 slechte acteurs zijn,

maar hun acteerprestaties blijven minder hangen.

 

Eindconclusie: ik moet  meer naar dit soort stukken gaan kijken.

 
Cultuurkijker Senne